
Wat u als installateur aan een Eversky hebt
Een ventilatie-unit voor scholen, ontwikkeld vanuit de praktijk. Fabrieksmatig gemonteerd, bedraad en geprogrammeerd. Kort gezegd: zo min mogelijk gedoe op locatie.
Een klaslokaal kan prima ogen en toch geen fijne leerplek zijn. Te hoge CO2-waarden, tocht in de winter en oververhitting in de zomer, met dezelfde oorzaak.

Een klaslokaal kan prima ogen en toch geen fijne leerplek zijn. Drie problemen komen wij in scholen het vaakst tegen, en opvallend genoeg hebben ze vaak dezelfde oorzaak: ventilatie die onvoldoende meebeweegt met wat er werkelijk in het lokaal gebeurt.
Het klassieke beeld: leerlingen die na het eerste lesuur wegzakken. Dertig leerlingen en een docent produceren samen ruim 500 dm3 CO2 per uur. Zonder voldoende luchtverversing loopt de concentratie tijdens een lesuur op tot boven de grens die het Programma van Eisen stelt, en die grens ligt op 1.200 ppm voor klasse C en 950 ppm voor klasse B.
De CO2-waarde is daarbij geen doel op zich, maar een indicator: hij zegt of de lucht die u heeft geïnstalleerd ook werkelijk aankomt bij de mensen in de ruimte.
Het raam open is geen ventilatiesysteem, maar wel de meest gebruikte noodoplossing. Het gevolg is koude lucht die ongeconditioneerd het lokaal in valt, en een docent die het raam na tien minuten weer dichtdoet. Daarna begint de CO2 opnieuw te stijgen. Warmteterugwinning lost dit op: de binnenkomende lucht wordt voorverwarmd met de warmte uit de lucht die naar buiten gaat.
Een lokaal op het zuiden dat vanaf mei onwerkbaar wordt. Hier ontstaat ook het hardnekkigste misverstand, want de reflex is een airco.
Een airco koelt de lucht die al in het lokaal aanwezig is en voert die rond; er komt geen buitenlucht bij. De CO2-concentratie daalt daar niet van, en juist die is in het Programma van Eisen de maat voor luchtkwaliteit. Een airco in het klaslokaal lost dus hooguit de helft van het probleem op, en dan nog alleen in de zomer.
Een ventilatie-unit met warmteterugwinning doet het omgekeerde: die voert wel verse buitenlucht aan, en kan op koele zomeravonden en in de nacht de buitenlucht gebruiken om het gebouw af te koelen voordat de leerlingen er zijn.
Alle drie komen ze terug op een systeem dat niet meebeweegt. Met decentrale ventilatie en warmteterugwinning per lokaal pakt u ze in samenhang aan: verse lucht wanneer dat nodig is, warmte behouden in de winter en koele buitenlucht benutten wanneer het lokaal daarom vraagt. Zo wordt ventilatie geen losse technische voorziening, maar onderdeel van een gezonde leeromgeving.
Hoeveel verse lucht een vol lokaal werkelijk nodig heeft, en welke unit dat haalt, leest u op onze pagina over schoolventilatie.
De grenswaarden voor CO2, temperatuur en geluid per klasse staan op onze pagina over Frisse Scholen.
Herkent u dit in een gebouw waar u aan werkt? We denken graag mee.

Een ventilatie-unit voor scholen, ontwikkeld vanuit de praktijk. Fabrieksmatig gemonteerd, bedraad en geprogrammeerd. Kort gezegd: zo min mogelijk gedoe op locatie.

Een frisse school begint bij meer dan frisse lucht. De eisen staan vast, maar hoe vertaalt u die naar een bestaand klaslokaal? Daar begint het echte werk.

Wij willen een Frisse School, klinkt eenvoudig. Maar wat betekent dat technisch? Het Programma van Eisen kijkt naar vijf thema's, en ze hangen aan elkaar.